Zo groeien onze kinderen op in Tanzania.

Kinderen die in Tanzania wonen groeien op met een leven waar regelmatig geen stroom, warm water en luxe bestaat, maar ze zijn wereldwijs, sympathiek, avontuurlijk en niet kleinzerig of verwend. Rijk op zo veel andere manieren.

selma kamm melai Makasa Tanzania Safari

Wanneer je aan onze kinderen vraagt waar ze vandaan komen; kan je verschillende antwoorden verwachten, afhankelijk van hun bui. Soms is het antwoord ‘Nederland’, andere keer ‘Tanzania’ en soms wordt ‘Duitsland’ ook nog genoemd. En als er al een goed antwoord is, is het een mengelmoes van deze drie.

Third Culture Kids. Waar kom je vandaan?

Sinds Ngomi en ik samen zijn, wonen we in Tanzania. Dit land is dus altijd ‘thuis’ geweest voor de kinderen. Maar ze zijn in Nederland geboren en Ngomi is naast een kwart Tanzaniaans ook nog driekwart Duits. Eigenlijk zijn ze dus ‘third culture kids’. Even een kleine uitleg; een third culture kid brengt een belangrijk deel van zijn of haar jeugd door in een andere cultuur dan die van zijn ouders, zodat onderdelen van de gastcultuur als de cultuur van de ouders samen een derde cultuur vormen. Deze derde cultuur zie je ook terug bij onze kinderen. Als we in Nederland zijn voelen ze zich Tanzaniaans en als we in Tanzania zijn voelen ze zich Nederlands. Ze hebben hun eigen identiteit.

Twee jaar en drietalig

Onze kinderen worden drietalig opgevoed; Engels, Nederlands en Swahili. En hoewel ze vloeiend zijn in alle drie de talen komt er vaak ook een mooie mix uit waarbij ze een zin zeggen waarin alle drie de talen verwerkt zitten. Ook wordt er vaak een Nederlandse zin letterlijk uit het Engels vertaald en horen we nog regelmatig ‘Ik ben honger’ (I am hungry) in plaats van ‘Ik heb honger’. Maar hoe fantastisch is het dat een tweejarig kind zelf al weet dat hij tegen zijn moeder Nederlands kan praten, tegen zijn vader Engels en tegen zijn oppas Swahili. Ik vind dit nog steeds fascinerend.

selma kamm melai Makasa Tanzania Safari

Onze kinderen gaan naar een internationale school, een school voor een mix van Tanzaniaanse en buitenlandse kinderen, uit 40 verschillende landen, van wie de ouders onder andere werken in de landbouw, het toerisme, de gezondheidszorg en in de ontwikkelingshulp.

In Josephine’s klas zitten 20 kinderen met 10 verschillende nationaliteiten. Hoe mooi is het dat dit allemaal met elkaar leeft?! Op school is Service Learning een belangrijk en groot onderdeel van het dagelijkse leven van de kinderen. Werken en iets terug doen voor de gemeenschap en het land waar je woont, wordt heel erg benadrukt. Zo werken kinderen mee aan sportprogramma’s voor lokale scholen, geven sommige zwemles aan Tanzaniaanse kleuters, werken anderen om vuilnis op te ruimen in Moshi en weer anderen bouwen levensechte olifanten om aandacht te vragen voor natuurbehoud, de illegale ivoorhandel en te ageren tegen het stropen van dieren.

Dit Service Learning programma zorgt ervoor dat ook de niet Tanzaniaanse kinderen onderdeel worden van het dagelijkse leven in Tanzania en dat er een band ontstaat met de lokale gemeenschap en het land waarin ze wonen.

Geen stroom en warm water

In Tanzania is er weinig luxe ten opzichte van een leven in Nederland. Zo hebben we regelmatig stroomuitval. Niet van een paar minuten, maar soms wel 12 uur achter elkaar. Natuurlijk is dit heel onhandig, maar het zal je verbazen hoe snel je er aan gewend raakt. Soms heb je ook uren geen water (laat staan warm water) of ligt het telefoonnetwerk er gewoon helemaal uit.

Als dit in Nederland zou gebeuren zou dit meteen het nieuws halen. Hier hoort het bij het leven. Het is daarna extra fijn als de stroom weer terug komt. Dat voelt dan echt als iets waarvoor je dankbaar bent. Ook staat er tegenover dat het hier altijd lekker weer is en dat er buiten wel veel te doen is.

Zo hebben we de mooiste natuurparken als de Ngorongoro krater en Serengeti om de hoek. De kinderen groeien buiten op en vinden het niet raar om een tent op te zetten, een vuurtje te bouwen en met blote voeten de Afrikaanse bush te ontdekken. Ze groeien op met een liefde voor de dieren en de natuur.

selma kamm melai Makasa Tanzania Safari

Wat ik zelf het allermooiste aan een leven in Moshi vind, is dat de onze vrienden en hun kinderen allemaal iets met elkaar gemeen hebben: ze maken zich niet onnodig druk. Don’t sweat the small stuff. We zijn allemaal gewend dat er misschien een plan B nodig is. Een groep flexibele mensen die de tegenslagen juist als een uitdaging zien.

We genieten van ons thuis. Met uitzicht op de Kilimanjaro en een leven met hele hechte en gezellige vrienden. Mensen die in Nederland misschien niet meteen vrienden zouden zijn, omdat ze niet in hetzelfde ‘hokje’ passen. Maar waar je hier in Tanzania op kan vertrouwen als familie, omdat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten en elkaar met één woord begrijpen. Hier wonen maakt ons rijk op zo veel andere manieren…

Heb je vragen of wil je dingen weten over Tanzania laat het dan vooral weten hieronder in de reacties! Zie je foutjes? Laat het ons dan ook weten! Wil je op de hoogte blijven? Dat kan via Facebook en Instagram.

 

BewarenBewaren

Selma Kamm-Melai
Selma Kamm-Melai

Selma (32) verliet Nederland voor Tanzania, is moeder van drie jonge kinderen, runt samen met haar man hun eigen safari bedrijf Makasa. Ze is gek op ondernemen en mooie reizen maken met haar gezin. Zie ook haar Instagram en Youtube kanaal @makasasafaris

2 Reacties

Reageer ook

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  1. Ha Selma, buiten je vlog om die door ons wekelijks worden bekeken is deze blog ook erg leuk en interessant om te lezen. Waar ik benieuwd naar ben is het volgende. Wij hebben tijdens onze safarivakantie malariatabletten geslikt maar wat doen jullie om je te beschermen tegen malaria?
    Groeten, Susan Dost

    1. Hoi Susan, leuk dat je mijn blog gelezen hebt. Helaas kunnen we niet ons leven lang malariatabletten slikken. Dit is een risico waar wij mee moeten leven. Gelukkig komt er in Moshi, waar wij wonen heel weinig Malaria voor. We slapen natuurlijk onder een klamboe en als we na 18.00 uur buiten zijn zorgen dat we lange broeken en sokken en schoenen dragen. Als we door het land reizen gebruiken we DEET en zijn we streng met het dichthouden van slaapkamer deuren en sprayen we de kamer rond 17.00 uur – zo’n 2 uur voordat de kinderen naar bed gaan. Een soort van levensstijl waar we aan gewend zijn geraakt en wat voor ons nu normaal is.
      Als een van ons koorts heeft doen we altijd een Malaria test. Mocht het dan positief zijn dan zijn we er op tijd bij om het te behandelen. Die behandeling hebben we altijd klaar liggen in het medicijnkastje. Gelukkig hebben ik en de kinderen het nog nooit gehad!

Jouw dagelijkse bron van informatie!

VOLG ONS OP